Deze route voert u langs diverse historische gebouwen in de omgeving van
Maartensdijk. U kunt op de foto's/kaart klikken voor een grotere afbeelding.
U mag een exemplaar van dit document afdrukken voor persoonlijk gebruik. Deze pagina wordt op een printer vriendelijk manier afgedrukt zonder de foto's. Start bij het voormalige
GEMEENTEHUIS te Maartensdijk.
Op de plek waar dit raadhuis van de voormalige gemeente Maartensdijk
staat was al in de 16de eeuw een hofstede gelegen. Op een
strategisch goed punt: op de hoek van de Oostveense vaart en de
Maartensdijk (nu de Dorpsweg). In 1883 wordt van deze hofstede/herberg
“de Tolakker” een gedeelte gehuurd voor het gemeentehuis
van Maartensdijk. De kamers links van de voordeur zijn bestemd
voor de secretarie en de burgemeesterskamer. De kamers rechts
van de voordeur worden ingericht als woning van de gemeentesecretaris.
Op de eerste verdieping komt de raadzaal. In 1908 wordt het voorhuis
van de eigenaar gekocht, het achterhuis blijft dan nog steeds herberg.
Het gemeentehuis wordt grondig opgeknapt. De kopgevels worden vernieuwd
en trapgevels worden aangebracht met twee ramen. De kamer van de
secretaris en de burgemeesterskamer krijgen aan de westzijde een raam. De
bekapping wordt geheel vernieuwd. De woning van de secretaris krijgt een
nieuwe entree en een serre. Op de eerste etage worden de bedsteden
verwijderd. In 1931 vindt er weer een grote verbouwing plaats. Uitwendig
zal het raadhuis in een toestand worden gebracht zoals bij een Renaissancegebouw.
De indeling van het gemeentehuis wordt ook gewijzigd. Er komt een
andere trap met een laat-achttiende eeuwse eikenhouten trapleuning.
Op de eerste verdieping wordt een vertrek ingericht als commissiekamer
en kamer voor het Waterschap, de Politie krijgt een kleine eigen ruimte.
In het trappenhuis komen glas-in-loodramen voor een mooiere
belichting van de eerste etage. Het middelste raam stelt St. Maarten op
zijn paard voor. Er onder het wapen van Maartensdijk. Linksboven het wapen
van Oostveen en rechtsboven het wapen van de provincie Utrecht. In
het linkerraam wordt de kerk van Maartensdijk uitgebeeld. op het
rechterraam staat het kerkje van Blauwkapel. Boven de mooie
houten buitendeur een ingemetselde gevelsteen, St.
Maarten voorstellend. De monumentale paardekastanje
op het plein is al meer dan 100 jaar oud. De duiventil is in 1989 geheel
vernieuwd. Toen dit pand alleen nog maar boerderij was stond er al een
duiventil op het erf.
Linksaf de Dorpsweg op. U passeert de spoorwegovergang. Kijkt U hier even naar de unieke SPOORBOGEN. Deze
bogen zijn in Nederland alleen op deze lijn te zien. Begin jaren veertig besloot
de directie van de N.S. het baanvak Hilversum-Utrecht als proefproject uit te
voeren in deze betonnen draagconstructie. Deze constructie bestaat
uit twee gebogen portaalhelften die -gemonteerd op twee fundamenten- naar
elkaar konden worden toe geklapt en bovenin met een bout aan elkaar konden
worden vastgemaakt. Het proefproject was wel geslaagd, maar viel veel
duurder uit dan een constructie in staal. Waarschijnlijk is dit de reden
dat de spoorwegen nooit meer voor een dergelijke constructie hebben gekozen.
Over de spoorbaan onder het viaduct door ziet u links het oude
DOKTERSHUIS, Dorpsweg 23, gebouwd
in 1886 in opdracht van Jacob Haarman. Het voorhuis is in Eclectische
stijl. Het achterhuis is later aangebouwd. Aan de rechterzijde
is een mooie serre met glas- in- loodramen. Hier heeft onder andere
Dr. J.J.F. Steijling bijna 50 jaar zijn praktijk uitgeoefend.
In 2002 is er weer aan de achterzijde aangebouwd.
Verder langs Dorpsweg 26, een typisch voorbeeld van een zogenaamde “rentenierswoning”, ruim 100 jaar oud. Bij de ingang zijn de muren met mooie tegeltjes bekleed. Men ging hier wonen als men stil ging leven, dat wil zeggen als het werk op de boerderij overgedragen was aan de volgende generatie. De schuur ernaast is kort geleden gerestaureerd. De deur van de schuur is zo hoog omdat “het gerij”, waarschijnlijk een tentwagen er in stond. Als men vroeger een bezoek aankondigde was vaak de vraag: “komt U met het spoor of met het gerij?”
U passeert even verder de N.H.-KERK EN PASTORIE Deze kerk bepaalt al 5 eeuwen het silhouet van Maartensdijk. Het kerkgebouw
is een laat-romaans bouwwerk, 15de eeuw.
Begonnen is met de bouw van een kapel, genaamd de
“Sint Jacobuscapel”, behorende tot de parochiekerk van
“Sint-Jacobus-Maijer” te Utrecht.
Aangenomen mag worden dat deze kapel het oostelijk
deel van het kerkgebouw omvat, omdat dit het oudste gedeelte van de kerk
is, wat later als koor in gebruik is geweest.
In 1555 wordt de Jacobuscapel te Oostveen tot parochie
verheven, maar de streek bleef toch ondergeschikt aan de “domproost
van het kapittel van Sint Maarten” te Utrecht (Domkerk). Het
Laatgotisch schip en de toren stammen uit die tijd.
De toren, gerestaureerd in 1988, is eigendom van de
burgerlijke gemeente. De luidklok deed vroeger ook dienst als brandklok,
terwijl de brandslangen destijds in de toren te drogen werden gehangen. Thans
is de klok alleen in gebruik ten behoeve van kerkdiensten en bij
begrafenissen.
In de zuid-westhoek van de kerk bij de toren bevindt
zich een grafkelder van de vroegere Schout van Oostveen (Maartensdijk e.o.
tot ong. 1750), Johannes Swaving.
Aan de oostkant onder
de kerkeraadskamer zijn twee groene deuren. Hierachter stond vroeger de
brandspuit.
DE PASTORIE, predikantswoning.
Vanaf 1555 toen Oostveen een zelfstandige parochie
werd was er een pastorie. Bij een brand in 1692 brandde de gehele pastorie
en een gedeelte van de kerk af.
De huidige pastorie werd gebouwd in het begin van de
19de eeuw. Het pand bleef ongewijzigd tot het begin van de 20ste eeuw. In 1948 is er een en ander veranderd. Er werd o.a. een serre aangebouwd.
Uit de naoorlogse tijd stamt ook het gekleurde glas-in-lood in de
bovenlichten van de vensters.
De gevels zijn geheel gecementeerd en witgeschilderd.
Rondom is een geschilderde zwarte plint aangebracht.
De gang ligt centraal over de gehele diepte van het
pand.
Even verder staat het fraaie huis “BRANDENBURG” In 1849 heeft Joseph Gewaltig (geboren in 1781 te Emmerich) dit huis laten
bouwen. In 1840 was hij naar Maartensdijk gekomen als genees-, heel- en
vroedmeester. Het huis heeft de naam Brandenburg gekregen omdat de vrouw van
de gemeentesecretaris, die hier van 1916 tot 1965 heeft gewoond, van de
boerderij Brandenburg in de Bilt kwam. Aan het pad rechts van het huis staat
een bijgebouw uit 1905. Hierin was een kunstboterfabriekje gevestigd.
Tegenover Brandenburg op nr. 43 ligt
een boerderij, niet in het oog springend, maar wel mooi bewaard met zijn
afgewolfde gevel en rieten dak. Deze boerderij is een beschermd monument.
De boerderijen op nr. 86, 88 en 92 hebben alle
drie een aardige daklijstversiering, alle verschillen en eigentijds, begin 20ste eeuw.
Linksaf het fietspad naar Hollandse Rading. Dit fietspad eindigt bij de school en het Dorpshuis. Rechtdoor en na 100m. rechtsaf de Spoorlaan in. Op splitsing rechts aanhouden. U komt nu langs de galerie J&B. De galerie is geopend op vrijdag, zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur.
Einde weg rechtsaf de Vuurse Dreef op. Aan deze weg staan aan de rechterzijde een aantal mooi villa's. Vuurse Dreef 42, het huis “OP'T HOOGT”. Deze villa is in 1917 gebouwd. De stijl is sterk geïnspireerd op de pittoreske engelse landhuisstijl. Ook de tuin heeft de invloed van de Landschapsstijl ondergaan.
Links van
deze weg staan nog een paar oude grenspalen. Na eeuwenlange grensconflicten
bereiken de Staten van Utrecht en Holland in 1719 overeenstemming over de
definitieve grens tussen beide staten. De grens zelf dateert reeds uit 1351,
waarna in 1356 de eerste grenstekens geplaatst zijn. De grens van Eemnes tot
Loosdrecht wordt vanaf 1719 aangeduid door 23 hardstenen palen, die in
1925 hersteld of vervangen worden. De nieuwe palen worden in opdracht van de
provincies Utrecht en Noord-Holland naar ontwerp van Prof. A.W.H. Odé
geplaatst. De oude palen dragen de wapens van het graafschap Holland en
Utrecht. Het Utrechtse wapen is een gecombineerd wapen van het graafschap
Holland, het bisdom/sticht Utrecht en de stad Utrecht. Bij de nieuwe palen is
de leeuw van Holland vervangen door de drie leeuwen van Noord-Holland. De palen
zijn gemaakt van natuursteen. Het zijn monolithische langgerekte palen, vrijwel
vierkant grondvlak, afgeschuinde hoeken, bovenaan wapens aan straat- en
achterzijde.
PAAL NO. 16. Het is een oude paal. Aan de kant van 't
Gooi staat nog het oude wapen van het Graafschap Holland met één
leeuw. De Utrechtse kant is gesierd met 2 leeuwen.
De tweede, PAAL NO.17, staat t/o huisnr. 82. Deze paal
heeft aan de bovenkant een kroontje. De noord-Hollandse kant heeft nu 1
grote leeuw met 2 kleinere leeuwtjes. Utrecht heeft nog zijn 2 leeuwen.
Op splitsing rechtsaf. We komen nu langs de Fazantenhof. Hier gaat een pad rechtsaf naar de HERTENKAMP. De Hertenkamp is gebouwd in opdracht van het Nederlandsch Genootschap tot zedelijk verbetering der Gevangenen te Amsterdam. In 1939 vraagt dit genootschap een vergunning aan voor een kamphuis met werkplaats en transformatorhuisje. De plannen worden uitgewerkt door architect D.C. Bonnent te Blaricum. Het kamphuis krijgt de naam “De Hertenkamp”. In het hoofdgebouw is een recreatieruimte met een mooie schouw (amsterdamse stijl) en een balkenplafond met mooi geprofileerde consoles.
Weer terug naar de Fazantenhof. Hier het fietspad vervolgen het bos in. Bij paddestoel rechtsaf naar
Maartensdijk. Het eerste boerderijtje rechts op Eikensteeg nr.34 is het
“Bosboerderijtje”, een langhuisboerderij. Dit boerderijtje kunt u bezichtigen.
Dit is een zeer oud pachtboerderijtje uit 17de eeuw dat
tot het landgoed Eyckenstein behoort. Oorspronkelijk had het een rieten
dak met aan de voorzijde een wolfeind, een afgeschuind vlak. In de 19de eeuw is het dak vervangen door een zadeldak met pannen. Het achterste deel
was de stal voor de geiten en was van hout met een lemen vloer. In het
voorhuisje zit een bedstee. Rondom het huis is een flinke groentetuin.
Vanaf mei t/m september elke zaterdag van
13.30-17.00 uur geopend. Oktober t/m april iedere derde zaterdag van
13.30-17.00 uur geopend. Het fietspad verder afrijden.
Eind rechtsaf de Dorpsweg op. U komt eerst
langs landhuis “Eykenstein”.
Omstreeks 1500 stond hier al een huis. In 1641 staat het op een kaart
aangegeven als bezit van H.A. de Bucquoy. De muntmeester Gerobulus koopt het
huis met bijbehorende grond in 1651. In 1777 is de Utrechtse familie Eyck
eigenaar van het landgoed. Mr. Maurits Jacob Eyck is van 1811-1847
burgemeester van Maartensdijk geweest. Hij
was zeer geïnteresseerd in de Italiaanse bouwkunst. Dit is goed te zien in de
neoklassieke stijl van het huis. Voor 1780 was het een huis met 3 trapgevels.
In 1780 is het huis grondig verbouwd en gedeeltelijk gesloopt. In 1809 zijn de
grote zuilen geplaatst. Vanaf 1876 wordt het huis bewoond door de familie van
Boetzelaer. Voor meer informatie zie OMD-brochure 1997.
Het volgende landhuis is “Rustenhoven”. Voor 1800 was de
eigenaar van het landhuis Rustenhoven Johan Schwaving de schout van Oostveen en
de Vuursche. Later woonde de familie De Rovere van Breughel op dit landgoed.
Het is nog enkele malen van eigenaar gewisseld. Naast het landhuis werd in 1925
naar ontwerp van architect D.F. Slothouwer te Amsterdam een chauffeurswoning
gebouwd. Deze woning wordt tegen de stal aangebouwd. Tegenover dit buiten ziet
U midden in het land een oude
Linde staan. Daar stond vroeger de duiventil van Rustenhoven.
Op Dorpsweg 175 staat het tuinmanshuisje van Rustenhoven. Dit is gebouwd in 1920. Het heeft een symmetrische voorgevel met 2 vensters en boogvenster. Het kleine huis heeft een rieten wolfkap.
Dorpsweg 226 is in 1880 gebouwd. In de voorgevel een heel aparte toplijst waarin
cirkels, sterren en ander geometrische figuren zijn uitgezaagd. In deze gevel
zit ook een zgn. Engelenvenster. De muurankers vormen het bouwjaar. Op de
schoorsteen is een houten “gek” geplaatst. Dat is een beweegbare, met de wind
meedraaiende kap, die men op een schoorsteen plaatst om het invallen van de
wind te beletten. Tegelijk is het windwijzer.
Even verder aan de rechterkant is bij het schutje de oude “loswal” waar de beurtschipper met een schouw (een platte schuit) 's-morgens zijn tocht door de wetering begon naar Utrecht. In de wetering stonden en staan nog steeds sluisjes die de waterstand moeten regelen.
Verder de Dorpsweg
afrijdend ziet U oude boerderijen met mooie daklijsten zoals de IJzeren
Mortier op nr. 119. In de IJzeren Mortier was de eerste
gereformeerde kerk van Maartensdijk gevestigd. Van 1886-1892 stelde eigenaar
Doornenbal, aanhanger van de Doleantie zijn huis beschikbaar voor diensten.
Daarna betrokken zij de Doleantiekerk aan de Dorpsweg.
Op Dorpsweg 99 boerderij De Stouwe.
Op nr. 97 een vrijstaande villa gebouwd door E.G. Wentink jr. in 1902 in neorenaissance stijl in opdracht van G. Spelt. Het huis werd korte tijd bewoond door een kastelein met een drankvergunning. Na korte tijd is de vergunning overgeschreven naar Tolakkerweg 3, waar nu nog steeds een restaurant is.
Op nr. 61 boerderij Koddestein. Deze boerderij is uit de
16de eeuw en behoort tot de oudste boerderijen van
Maartensdijk. Schuin tegenover deze
boerderij is de Nachtegaallaan. Deze gaat U in. Langs het dorpshuis De Vierstee met de bibliotheek.
De straat gaat over in de Kievitlaan. Aan het eind bij het weiland niet de
bocht naar links maar de fietsroute naar Groenekan volgen via het Oostveense
pad. Tunneltje onder door, linksaf en na 100 m. rechtsaf door bos Voordaan naar
Groenekan.
De vijver langs fietsen en bij de hockeyvelden
rechtsaf. Deze weg wordt de Lindenlaan. Aan het eind rechtsaf. Eerste
linksaf: Vijverlaan.
Op de hoek staat een mooi huis. Het woonhuis “IN 'T GROEN” aan de Kastanjelaan 2 te Groenekan. Deze villa is in 1929 gebouwd naar ontwerp van
architect F.J.A. den Tex. De landelijke villa is met bijzondere aandacht voor
wooncomfort, indeling van de plattegrond en Amsterdamse School-achtige detaillering
een goed voorbeeld van villabouw van de jaren twintig. Het op het zuiden
georiënteerde landhuis bestaat uit twee lagen met een kap. De woonruimte en de
tuin bevinden zich aan de zuidzijde. De overige functies als entree,
keuken, toilet, trappenhuis zijn aan de noordzijde gesitueerd. Het
schilddak, dat aan de zijgevels doorgetrokken is tot op de eerste bouwlaag
is bedekt met Hollandse pannen. In het dak zijn voor en achter langgerekte
dakkapellen aangebracht. Op de noklijn staat links en rechts een
schoorsteen. Aan de voorgevel (tuinzijde)is een serre gebouwd. Aan de zijgevel
(straatzijde) is een erker toegevoegd. Op het doorgetrokken dakvlak
aan de straatzijde staat een klokkenstoel met een klok uit 1888, een hergieting
van een Hemonyklok van het Utrechtse Domcarillon met opschrift: “Severin
van Aerschodt Louvain Belgique FK + JW 1888”.
Het houten voorportaal aan de noorzijde is voorzien
van een zitbank. Het houtsnijwerk (een copie) in de hoeken boven de deur van
het voorportaal is vermoedelijk van de hand van Hildo Krop.
De tuin is aangelegd door Mevr. Stam-Dresselhuys.
Gedeeltelijk in landschapsstijl en een ander deel in formele stijl.In
deze tuin staan prachtige solitair bomen, zoals een vermoedelijk
200 jaar oude beuk. Verder uitheemse boomsoorten, een zeer oude
Judasboom, een boomgaard, bloembedden en een bleekveld. De
tegenwoordige indeling is tot stand gekomen met adviezen van Jörn en
Loek Copijn en Arend Jan van der Horst.
Vijverlaan verder vervolgen langs de vijver. Verderop heet deze straat Berkenlaan. Aan het eind linksaf de Veldlaan.
VELDLAAN 41 te Groenekan. Dit is een bijzondere vrijstaande woning gebouwd in 1922 in zakelijk expressionistische stijl. De strakke geometrische bouwvolumes zijn verrijkt met decoratief metselwerk. Een woonhuis in deze stijl is uniek in de gemeente.
Hier gaat U de hele Veldlaan terug naar de Groenekanseweg.
Bij de brug linksaf tot nr.158. Hier staat nog een
oude timmermanswerkplaats. Oorspronkelijk stond
er een houten werkplaats (1887). In 1922 komt hiervoor een stenen
werkplaats. Deze werkplaats ligt haaks t.o.v. de weg. Het gebouw
heeft een mansardedak bedekt met zwarte hollandse dakpannen.
De bakstenen voorgevel is voorzien van een gecementeerde
plint. De vensters met ronde toog zijn voorzien van rollagen en hebben
stalen profielen. Zowel in voor- als zijgevel bevinden zich
luiken voor het boren en zagen van lange delen hout. Het is een mooi voorbeeld
van een oude werkplaats.
Terug langs de Groenekanseweg naar de Kon. Wilhelminaweg. U passeert aan de rechterzijde de langhuisboerderij “Bossehove” met een rieten wolfdak. Mooie leilinden.
Op nr. 90 het huis “Welgelegen”. Dit huis is gebouwd rond 1883 in opdracht
van P.G. Copijn. Pieter Copijn was waarschijnlijk de architect en de
aannemer.Het huis gebouwd in de eclecticistische stijl. Het eclecticisme is een
bouwstijl die probeert stijlelementen uit vroegere perioden te
verwerken tot één geheel. Aan dit pand is dit te zien aan de geblokte lisenen,
de deur- en vensteromlijstingen, de horizontale banden die door het
metselwerk lopen. Herkenningspunten zijn metselwerk in
combinatie met velden met imitatievoegen, lisenen wenkbrauwen en plint.
Het kantoor aan de rechterzijde stamt uit 1896. In
1912 werd de woning uitgebreid met aanbouw van een mangelkamer en een
portaal aan de westzijde. In 1928 wordt aan en op de kantooruitbouw
van 1896 een erker met balkon gebouwd. Omstreeks 1990 een grote renovatie,
waarbij onder andere de topgeveldecoratie in stijl opnieuw is aangebracht.
Aan de oostgevel is een serre gebouwd voor Marretje
van Oostveen, de tweede vrouw van Jan Copijn, die aan TBC leed. De
serre, die met behulp van schuifdeuren over vrijwel de gehele lengte geopend
kan worden, is aan de binnenzijde voorzien van cementrustiek.
Deze cementrustiek bestaat uit cementen boomstammen, cementen
rustieke wanden en rustiek versteend riet en is daarmee een fraai
voorbeeld van de cementrustiekstijl.
Het landhuis “VOORDAAN” te Groenekan. Het landhuis is gebouwd in 1903 in Neo-classicistische stijl door de familie Grothe van Schellach. Na vertrek van de familie Grothe verkreeg de gemeente dit huis. Het werd verhuurd, o.a. aan de “R.K. Graalmeisjes” en meest recent aan de Stichting de Opbouw, als gezinsvervangend tehuis. Op dit moment staat het huis weer leeg maar het zal binnenkort verbouwd worden tot kantoor/woonhuis.
Bij de kruising met de Kon. Wilhelminaweg linksaf bij de
stoplichten. Na ong. 100m staat het oude gebouw van De
E.S.K.E.M. Kon. Wilhelminaweg 469 te Groenekan.
Rond de eeuwwisseling was het stuk grond tussen de
Groenekanseweg en het viaduct bij Blauwkapel nog weiland. Maar van
lieverlee werden er stukjes grond verkocht en werden er kleine en grotere
huizen in kleine blokjes gebouwd. Hier ontstond ook wat industrie in de vorm
van timmerwerkplaats, aannemersbedrijf, metaalbewerkingsbedrijf enz.
In 1939 wordt het kantoor/woonhuis van de N.V. EERSTE
STICHTSCHE KOPERGIETERIJ EN MACHINEFABRIEK
“ESKEM” gebouwd. Het kantoorpand vervangt drie woningen uit
1861. In één van die huizen bevond zich het kantoor van de ESKEM. De machinefabriek
had in deze tijd ongeveer 100 werknemers en was dus aan uitbreiding
toe. In februari 1940 wordt het nieuwe gebouw betrokken. De ESKEM was
tot 1973 in dit pand gehuisvest. Daarna vestigde Laméris,
een Utrechtse onderneming in medische apparatuur zich in het
pand. Na jarenlange leegstand heeft Jan de Boorder uit Groenekan dit pand in
het jaar van het Industrieel erfgoed (1996) van de ondergang
gered. Dit bedrijfspand is een goed voorbeeld van de Nieuwe Haagse
School-architectuur, die zich inspireert op de architectuur
van de Amerikaanse architect F.L. Wright. In 1996/1997
heeft Jan de Boorder het pand een grootscheepse restauratie
laten ondergaan. Toen hij het kocht was het zeer verwaarloosd. De buitenkant
is bijna niet veranderd. Alleen aan de achterkant op de
plaats van het oude stookhok is de achtergevel gewijzigd
en verfraaid met een serreachtige uitbouw. Alle muren zijn
gereinigd zodat de mooie gele Vechtsteen weer tot zijn recht komt.
Verder zijn alle deuren en ramen vernieuwd en van dubbel glas voorzien.
Bij de restauratie is De Boorder van duurzame materialen
uitgegaan. Hierbij is de detaillering grotendeels
behouden. Ook het interieur is in de oorspronkelijke staat hersteld.
Er zijn veel geglazuurde tegels verwerkt. Op ooghoogte is een
lint (als betreft het een afsluiting van een lambrizering) van geglazuurde
tegeltjes aangebracht die afhankelijk van de functie van de
ruimte zwart (formeel), blauw (sanitair) of groen (woongedeelte) zijn.
Deze kleurstelling is ook aangehouden voor de tegels van de vensterbanken.
Het trappenhuis met mooie houten leuningen is weer in de oorspronkelijke
kleur opgeknapt. Wat aan de trap en balustraden vervangen moest
worden is exact nagemaakt. Op de eerste verdieping zijn twee fraaie schouwen
te zien waar weer veel tegeltjes in zijn verwerkt.
Weer terug naar de stoplichten en oversteken naar de Ruigenhoeksedijk. Net over de brug staat een elektriciteitshuisje. Transformatorhuisjes zullen voor velen het meest zichtbare onderdeel zijn van de produktie van elektriciteit. Het is een voorbeeld van Wrightiaans/Dudokse bouwstijl.
De Ruigenhoeksedijk afrijden. Rechts staat de molen Gesina. Na het waterwinbedrijf ziet U rechts enkele
groepsschuilplaatsen. Op T-kruising bij de gracht van het Fort Ruigenhoek
rechtsaf het fietspad op naar het zwembad de Kikker. Bij de Kikker rechtsaf het
kikkerpad op. Op T-kruising linksaf. Aan het eind rechtsaf de
Burg. Huydencoperweg naar
Westbroek. U ziet in de verte de kerk al staan.
Linksaf de Kerkdijk op. Aan de rechterhand de N.H. Kerk, Kerkdijk 12.
Deze kerk staat op de
plek waar inde Middeleeuwen een klein kapel stond, waarschijnlijk de slotkapel
van de Heren van Westbroek die in het laatste kwart van de dertiende eeuw het
gebied in leen kregen van de abdij van Oostbroek. In 1477 werd de kapel als
parochiekerk erkend en werd besloten op deze plek een kerk te bouwen. Na 14
jaar was de bouw van een kleine kerk voltooid. In dat jaar vond op St.
Stevensdag (Tweede Kerstdag) een verschrikkelijke veldslag plaats nabij de
Gageldijk en de Anthoniedijk tussen de ruiters van Joost van Lailang uit het
Gooi en de soldaten uit de stad Utrecht. De Utrechters werden afgeslacht en
Westbroek werd geplunderd en afgebrand, behalve de kerk en huizen waar een
kraamvrouw lag.
Enige tijd later zijn
naast de toren twee kapellen gebouwd, waar muurschilderingen zijn aangebracht.
Men veronderstelt dat deze muurschilderingen n.a.v. de slag bij Westbroek zijn
geschilderd. Deze muurschilderingen zijn uniek in de provincie Utrecht.
Het oude gemeentehuis van Westbroek, Kerkdijk 11.
In vroeger tijden vergaderden
schout en schepenen meestal in de enige openbare ruimte die een dorp had en dat
was een herberg of logement. Zo ook in Westbroek waar het rechthuis was
gevestigd in een herberg schuin tegenover de kerk. Tot 1880 bleef deze situatie
bestaan.
Ten gevolge van de nieuwe
drankwet was dit niet meer toegestaan. Waar de gemeenteraad vergaderde mocht
geen sterke drank worden verkocht.
Dankzij een schenking van de
ambachtsvrouwe Baronesse van Tuyll van Serooskerken was het voor het
gemeentebestuur mogelijk het voorhuis van Hendrik van Oostrum, veehouder en
kastelein te kopen en te verbouwen tot klein raadhuis. Het achterhuis bleef
café.
Op 6 september 1880 was de
openbare aanbesteding, Gerrit Hartman te Westbroek wordt de bouw gegund
voor f 3440,--. Een jaar later wordt het gemeentehuis
al in gebruik genomen.
Het bestaat uit twee kamers,
rechts van de gang de burgemeesterskamer die ook gebruikt wordt voor de
raadsvergaderingen en huwelijksvoltrekkingen. De linker kamer is bestemd voor
de secretarie, de zolderverdieping wordt ingericht voor het archief. De
Gerechtskast van Westbroek in 1764 gemaakt door Gerrit de Groot stond in de
burgemeesterskamer. Bij de opheffing van de gemeente in 1957 werd deze kast aan
de kerk geschonken.
De gevel en de twee kamers
zijn nog bijna geheel in de oorspronkelijke staat gebleven, zoals de
paneeldeuren, de binnenluiken en een gestuct plafond.
Het pand heeft nu een woonbestemming.
Het is nu de bedoeling dat U de Kerkdijk naar de andere kant gaat rijden, richting Maartensdijk. U komt weer langs de kerk. De Kerkdijk wordt Dr. Welfferweg.
Ook langs de dr. Welfferweg in Achttienhoven staan enkele mooie
boerderijen en herenhuizen die de aandacht meer dan waard zijn.
Allereerst de boerderij “Dog in't Schild”, dr. Welfferweg
27, een langhuisboerderij, waarvan het oudste gedeelte in het begin van de
achttiende eeuw is gebouwd. Deze boerderij is met veel zorg gerestaureerd,
met aandacht voor details. De stal is nu bij het woonhuis getrokken en de
hooiberg doet dienst als opslagplaats voor het tuingereedschap. De
boerderij heeft een woonbestemming.
Op de percelen waar nu de
herenhuizen “Tetterode” en “de Blauwhoef” staan dr.
Welfferweg 78 en 80 was eens een buitenplaats met park en bos “Collel
Weede”. Het landgoed strekte zich ook ten noorden van de weg uit. Vele
generaties van het Utrechtse adellijke geslacht van Weede hebben hier gewoond.
Het enige wat van dit landhuis is overgebleven is een kleine slotgracht achter
de tuinen van beide huizen.
De villa Tetterode werd in
1886 gebouwd voor de burgemeester van Westbroek en Achttienhoven, de heer M.
Lagerwey, die ook de eerste steen heeft gelegd voor het gemeentehuis. Tot 1932
heeft het huis als burgemeesterswoning gediend. Toen nam J.P.C. Ten Geusendam
afscheid van beide dorpen. In 1937 werd Tetterode publiek geveild. Het
gemeentebestuur besloot het huis niet aan te kopen, omdat het als
burgemeesterswoning te klein was
voor het gezin van burgemeester Huydekoper van Maarsseveen en de burgemeester
het huis “Leeuwenburg” aan het Zandpad in de gemeente Maarssenveen
niet kan verkopen tegen een redelijke prijs.
Het herenhuis is opgetrokken
in eclectische stijl. De voorgevel heeft een inpandig portiek met rechts en
links een tegeltableau. De paneeldeur is fraai bewerkt. De witgeschilderde aanzet- en
sluitstenen en de lisenen op de hoeken van het pand geven het huis een
bijzonder cachet.
De Blauwhoef is in 1888 is door Westbroek en Achttienhoven gebouwd voor
de gemeente-geneesheer. Hij had vrij wonen, maar was wel verplicht de armen
kosteloos te helpen. De oude hofstede “Blauwhoef” die dichter bij de
weg stond werd hiervoor afgebroken. Het bos aan de oostzijde herinnert nog aan
de buitenplaats.
Ruim dertig jaar heeft dokter
Welffer gepraktiseerd in beide dorpen. Het grondgebied van de twee gemeenten
was toen veel uitgestrekter; Achttienhoven grensde aan de Vecht en Westbroek
aan het dorp Zuilen. Als de dokter in zijn koetsje zijn patienten langs de
verschillende dijken bezocht, werd uit een raam van een huis een laken gehangen
als teken dat een bezoek van de dokter gewenst was. In 1954 als Westbroek en
Achttienhoven één gemeente worden, besluiten beide gemeenteraden het
Achttienhovense gedeelte van de Kerkdijk te hernoemen tot dr. Welfferweg. Hij
had toen al meer dan tien jaar de praktijk verlaten.
Het hoge, ver van de weg
gelegen kubusvormige huis is zeer markant in deze omgeving. Als dokterswoning
heeft het voor de bevolking een eigen plaats.
De dr. Welfferweg is vooral in
het voorjaar, als de bloesem in de boomgaarden bloeit en de jonge lammetjes
dartelen in de wei nog steeds een lust voor het oog. Al hebben verschillende
boerderijen geen agrarische bestemming meer, het gehele beeld van de weg met de
bruggetjes over de wetering heeft weinig van zijn oorspronkelijke inrichting
verloren.
Enkele beeldbepalende panden
zijn: Dr.Welfferweg 68/70, eens de dorpssmederij, Dr. Welfferwegweg 102, de
voormalige melkfabriek, Dr. Welfferweg 114, de laatste boerderij van
Achttienhoven. De grens met Maartensdijk lag naast deze prachtige boerderij,
Kadastralen.
Ten noorden van deze boerderij ligt de witgepleisterde langhuisboerderij,
de Twaalf Gaarden, een rijksmonument daterend uit de eerste helft van de
negentiende eeuw. De eigenaar had bij zijn huis tolrecht.
Bij de kruising Achterweteringseweg/Kon. Wilhelminaweg
ligt de buitenplaats “Persijn”,
die ons terugvoert naar de 17de eeuw. Daar lag een hofstede, die door verbouwingen en herbouw uiteindelijk
kwam tot zijn huidige vorm. Het landgoed had een prachtig park, dat zich
uitstrekte tot de boerderij “Klein Persijn”, ter hoogte van het
gemeentehuis van Maartensdijk.
Opvallend is de zichtas op de
Domtoren van de stad Utrecht aan de zuidkant van de buitenplaats.