Aan de lezer
Dit voorjaarsnummer opent met "Honderd jaar zusterwerk", dat het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het kruiswerk in ons land beschrijft. Deze bijdrage, van de hand van Hilde de Haan en A. Schras uit Loenen, verscheen eerder in de "Vechtkroniek" (jrg. 2002, nr. 17).
In vervolg op het artikel van Vincent van der Linden in ons mei-nummer 2010 (nr. 38) over het ontstaan van het Groene Kruis in Maartensdijk vertelt Liesbeth du Mée nu over de gang van zaken in Achttienhoven/Westbroek vanaf 1915 tot 1940, gevolgd door de bijdrage van Lous de Raadt die handelt over de periode na 1940. Vooral na de bezetting gaat de ontwikkeling snel. Er komt een eigen wijkgebouw en er wordt een zuster aangesteld die aanvankelijk met een solex de bedlegerige patiënten bezoekt en in de jaren zestig een auto krijgt. Lous beëindigt haar artikel met de opheffing op 30 juli 2001 van de Vereniging Het Groene Kruis Westbroek. Door gebruik te mogen maken van de goed geordende verzameling foto's en informatiemateriaal over Het Groene Kruis in Westbroek van Wout van Winssen zijn de twee laatstgenoemde artikelen mooi en herkenbaar geïllustreerd.
Henk Veenstra vertelt in zijn bijdrage hoe hij in 1967 in Hollandsche Rading kwam wonen. Hij put ook uit zijn jeugdherinneringen en de verhalen van zijn ouders. Maar ook hoe hij zich al snel een echte Radinger voelde door zijn inzet voor dorpsfeesten, de kerk en de school in het dorp. In aansluiting hierop vindt u een stukje over de middenstand in Hollandsche Rading van Harry Zanting.
We besluiten dit nummer met de herinneringen van Jan Gaasenbeek die reeds in 1925 in Hollandsche Rading kwam wonen. Hij maakte de snelle ontwikkeling van een gehucht op de hei tot een voorname kern van de gemeente Maartensdijk mee. Jan werkte als bakker en was actief in de sport. Zowel voetballen, korfbal als verschillende kaartspelen hebben en hadden zijn interesse. Vanaf 1998 woont Jan in Dijckstate in Maartensdijk.
In oktober 2012 hopen we het 25 jarig bestaan van onze vereniging te vieren. Het behalen van dit zilveren jubileum is een historisch feit, dat niet onopgemerkt voorbij mag gaan. Want 'historie daar zijn wij van'. De redactie wil daarop inhaken met een speciaal jubileumnummer. Het thema van dat nummer zal zijn 'FEEST' in de ruimst mogelijke zin. Hoe één en ander zal worden vormgegeven is nog zaak van intensieve voorbereiding.
De redactie
HONDERD JAAR ZUSTERWERK
Zolang de mensheid bestaat zien we zorg voor elkaar, voor zuigelingen, kinderen, zieken, soms ook voor ouden van dagen. Moeders zorgden voor baby's, ouders voor kinderen en afhankelijk van de tijd, de plaats en de mate van kennis zorgde men in familiekring voor zieken en ouderen. Soms nam ook de gemeenschap en/of de overheid delen van deze zorg over. Naarmate de gemeenschappen groter werden, ging men zich specialiseren in bepaalde facetten van deze zorg.
Straf van de goden
In bepaalde culturen werden ziekten gezien als straf van de goden, zoals er ook nu nog mensen zijn die ziekte als een straf of beproeving van God ervaren. In later eeuwen werd ziekte wel gezien als een 'miasma', dat wil zeggen kwade dampen uit bijvoorbeeld moerassen. Afhankelijk van de opvattingen over ziekte en gezondheid werden de patiënten behandeld en verzorgd. Dit gold niet alleen voor lichamelijke ziekten, maar ook voor ziekten van de geest. In vroeger eeuwen zag men geesteszieken wel als van de duivel bezeten en trachtte men door bezweringen en rituelen de duivel(s) uit te drijven.
In de 19e eeuw zien we in vele landen belangstelling ontstaan voor de maatschappelijke kant: armoede, onhygiënische toestanden en onwetendheid werden ontdekt als oorzaken van ziekten. Naast artsen gingen ook ingenieurs en andere technici zich bezighouden met verbetering van de leefomstandigheden en economen zochten naar de oorzaken van armoede en werkloosheid. Het begrip 'preventie' deed zijn intrede.
Georganiseerde zorg
Oorlogen zijn in alle eeuwen oorzaak geweest van lijden: doden, gewonden en zieken. Verschillende legers hebben oorlogen niet verloren door krijgshandelingen, maar door ziekten als dysenterie, cholera en malaria. Er bestond zelden georganiseerde zorg voor de gewonden, soms waren er militaire artsen, maar verder reikte de zorg niet. Henri Dunant (1828-1910), een Zwitser, die in 1859 als burger het lijden van de gewonden zag in de slag bij Solferino (in Noord Italië), was hierdoor zo getroffen dat hij een organisatie oprichtte ‘Het Rode Kruis’, om hulp te verlenen tijdens oorlogen en bij rampen.
Lees verder in St Maerten nummer 40 (Mei 2011)