De Tol van Maartensdijk in het nieuws

Op deze site willen we af en toe langere, verdiepende stukken publiceren als daar aanleiding toe is.
In St Maerten 56 (verschijnt in mei 2019) is een artikel van Kees Floor opgenomen over de tol in Maartensdijk. Omdat ook eerder is gepubliceerd over de tol én omdat interessant beeldmateriaal beschikbaar is, is op deze site een internetdossier over de tol gemaakt met informatie, beelden en verwijzingen.
Uniek in dit dossier zijn de krantenknipsels over de tol uit 1928, 1931 en de periode 1950 tm 1953.
Klik hier … voor deze bijzondere verzameling.

Opheffing van de tollen van Maartensdijk op 1 april 1953

Tollen, tolrecht en tolhuizen

Het tolrecht behoort sinds het Frankische Rijk tot de regalia, koninklijke rechten, die in de feodaliteit werden uitgegeven aan de leenmannen. Dezen exploiteerden ze aanvankelijk zelf, maar verleenden het recht later weer aan steden en landedelen. Ten slotte kon iedere particulier vergunning krijgen voor het aanleggen van een weg inclusief het heffen van tolgeld.
Vanaf de 17e eeuw begon de handel over land te groeien en werden betere wegen aangelegd, die werden bekostigd met wegtollen. Dit bleef zo tot 1811, toen Napoleon bij decreet alle rijkstollen afschafte in Nederland. Daarvan uitgezonderd waren de tollen die door gemeenten en particulieren werden geheven. Koning Willem I herstelde het oude systeem echter weer in 1815 zodat hij een impuls kon geven aan de weg- en waterbouw.

Het Rijk liet de aanleg van de wegen aan de provincies over inclusief de Rijkswegen. Rijksweg 2 (de Route National) was tot 1820 de enige verharde straatweg. Naast de provincie waren het particulieren die wegen mochten aanleggen, zoals in 1815 de straatweg van Naarden naar Amersfoort; in 1825 de Soestdijkerstraatweg tussen Utrecht, Maartensdijk en Soestdijk. Voor deze wegen moest tol betaald worden. Ook de door lokale overheden aangelegde wegen tussen plaatsen waren vaak van tolhekken en tolhuizen voorzien.Tolhuizen verrezen daarop aan bijna alle verbindingswegen en invalswegen van steden.

In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen particuliere spoorlijnen beschikbaar, waardoor het gebruik van dé traditionele vervoermiddelen waarover eeuwenlang tol werd geheven; de diligence en trekschuit, sterk afnam en daarmee ook de tolgelden. Uiteindelijk werden op 1 mei 1900 alle rijkstollen afgeschaft. Gemeentelijke en particuliere tollen gingen echter verder en stelden toltarieven op voor nieuwe vervoermiddelen als stoomtram, fiets en auto. Sommige tollen bleven bestaan tot na de Tweede Wereldoorlog.

Op het grondgebied van de gemeenten Westbroek, Achttienhoven en Maartensdijk zijn twee tolwegen bekend: de oude weg van Utrecht naar Hilversum en de weg van Achttienhoven naar Westbroek. Zie voor meer info de:
. Korte geschiedenis van De Tollen van Achterwetering en Westbroek
. Korte geschiedenis van De Tollen van Maartensdijk en Blauwkapel
In onderstaand fotoalbum tonen we toen-en-nu foto’s van de plekken van de voormalige tollen en tolhuizen in Maartensdijk.

Tolhuis Westbroek.jpg
Tolhuis Westbroek 2019.jpg
Tolhuis Achterwetering.jpg
Tolhuis Achterwetering 2019.jpg
Tol Maartensdijk onbekend jaartal.jpg
tolhuis Maartensdijk ca-1910-Coll-Utr-Archief.jpg
tolhuis Maartensdijk 2019.jpg
tolhuis blauwkapel_1932.jpg
tolhuis blauwkapel_1960.jpg
tolhuis blauwkapel_2019.jpg
tol en seinhuis blauwkapel-07.jpg
seinhuis blauwkapel en speeltuin de pan 2019.jpg

Floris Vos en de tolbestormingen

Rumoer over het bestaan van tollen en de hoogte van het tolgeld zal ongetwijfeld van alle tijden zijn. In het begin van de 20e eeuw nam het rumoer over de resterende tollen toe. Daarbij komt in veel artikelen de naam Floris Vos terug.
Floris Vos (1871-1943) was een markante erfgooier en agrarisch ondernemer. Hij richtte in 1902 met een compagnon de modelboerderij Hofstede Oud Bussem op, waar de eerste t.b.c.-vrije melk in ons land werd geproduceerd. Vos moest voor zijn vrachtauto’s, die de melk dagelijks in de stad afleverden, wel een paar duizend gulden per jaar aan tolgeld betalen.
Zijn grootste bezwaren richtten zich tegen de tol bij Muiden, waar zijn vrachtwagens richting Amsterdam moesten passeren. Hij wilde per se deze tol elimineren en dreigde met een zware vrachtauto de tolboom te rammen. Op zondag 9 september 1928 vond er onder zijn leiding een bestorming van de tol bij Muiden plaats, die beeldend is beschreven in het historisch tijdschrift Tussen Vecht & Eem.

Twee weken later werd het ook onrustig bij de tol in Maartensdijk. Leo Fijen legt in zijn artikel in St Maerten een rechtstreeks verband met Floris Vos en dat zou – als het melkbedrijf Oud Bussem ook in Utrecht melk leverde –niet onlogisch zijn. In de kranten van die dagen is dat verband niet direct terug te zien, al kunnen we wel aannemen dat Floris Vos zich verbaal wel geroerd heeft. In de beschouwingen achteraf wordt immers een direct verband gelegd met de acties van Floris Vos. Jammer dat een direct bewijs ontbreekt.
In de kranten wordt de stemming vooraf aardig opgeklopt (‘dreigende houding der boeren tegen tolweigeraars’), maar achteraf blijkt een groep van 40 auto’s keurig tol te betalen om vervolgens na het passeren van de tol motorpech voor te wenden. Meer een langzaam-aan-actie dan een bestorming, dus. In het filmpje, dat ook op deze pagina te zien is, lijkt het nog heel wat.

Floris Vos gebruikte zijn bekendheid als tolbestormer slim en werd in 1929 verkozen in de tweede kamer voor de Middenpartij voor Stad en Land. In het parlement speelde hij geen opvallende rol en hij verliet de kamer in 1933.

Ook in 1931 was er nog een ‘tolbestorming’ die alle kranten haalde. Teruglezend lijkt dat meer een incident dan een geplande actie. Van Floris Vos is in de kranten van die dagen geen spoor …

Bestorming en einde van de Maartensdijkse tol

Vanaf 1950 laaide het rumoer rond de tollen weer op. In januari 1951 riep het Utrechtsch Nieuwsblad zelfs op tot een nieuwe tolbestorming, waarbij de inmiddels overleden Floris Vos als aanstichter van de eerdere bestormingen werd genoemd. Feit of fictie?

Hoe dan ook, nadien bleef het onderwerp de kranten én de politiek bezig houden. Er volgt bestuurlijk overleg met provincie en rijksoverheid. Uiteindelijk biedt de minister van verkeer en waterstaat aan om de status van de weg te verhogen (waardoor Maartensdijk een hogere vergoeding ontvangt) én een eenmalige vergoeding van 180.000 gulden voor de opheffing van de tollen. De gemeenteraad van Maartensdijk ging overstag en op 1 april 1953 werd de tolboom feestelijk en definitief geopend.

Klik hier … voor browserweergave van alle krantenberichten in een nieuw venster.

Let op: het laden van dit bestand neemt enige tijd in beslag. Even geduld aub
Gebruik bij leesbaarheidsproblemen een voor u plezierige zoomfactor .

Verder lezen …

Deze tekst leunt zwaar op artikelen uit St Maerten en op de verzamelde krantenberichten over de tol in Maartensdijk. De krantenberichten zijn verzameld door de Historische Vereniging Maartensdijk (dhr Gé Veldhuijzen) en – voor zover mogelijk – gecheckt en aangevuld op de website Delpher en bij Het Utrechts Archief.
Van daaruit zijn de andere bronnen op internet gevonden. Deze bronnen zijn alfabetisch gerangschikt. Alle bronnen zijn terug te vinden op het internet. Wij geven daarom de hyperlinks als startpunt voor meer gedetailleerde informatie.

Delpher kranten
Floris Vos (1871-1943) – ‘Niet praten maar doen’ Nationaal Historisch Museum
Het Tolhuis bij Maartensdijk, OnlineMuseum De Bilt
Het Utrechts Archief
Historie. De periode van 1795 tot 1954. Website van Buurtvereniging Ezelsdijk.
Tol (recht), Wikipedia
Tolhuizen in de provincie Utrecht, Utrechtse Stichting voor Industrieel Erfgoed (USINE)
Verharde wegen voor paard en wagen en automobiel. Canon van Maartensdijk.

St Maerten
1989 Nummer 3
De Tol in Westbroek. Vijftig jaar geleden opgeheven. Leen de Raadt
1994 Nummer 11
Veertig jaar geleden afschaffing van landelijk fenomeen. Leo Fijen
1996 Nummer 15
De Korssesteeg. Louis van den Brink en Wim Hoebink
2019 Nummer 56
– De tol. Kees Floor (digitaal beschikbaar vanaf eind 2019)

Tijdschrift Tussen Vecht & Eem, 15e jaargang, nr. 4, december 1987
Rumoer om de Muidertol. W.l. Engel